EAS-systemen werken volgens een eenvoudig principe, ongeacht de fabrikant of de specifieke technologie: een zender stuurt een signaal met een bepaalde frequentie naar een ontvanger. Dit creëert een bewakingsgebied, meestal bij een kassa of een uitgang in het geval van winkels. Bij het betreden van dit gebied veroorzaakt een tag of label met speciale eigenschappen een verstoring, die door de ontvanger wordt gedetecteerd. De precieze manier waarop de tag of het label het signaal verstoort, verschilt per EAS-systeem. Tags of labels kunnen het signaal bijvoorbeeld beïnvloeden door middel van een eenvoudige halfgeleiderverbinding (de basisbouwsteen van een geïntegreerde schakeling), een afgestemde schakeling bestaande uit een spoel en een condensator, zachte magneetstrips of -draden, of vibrerende resonatoren.
Het signaal dat door de tag wordt gegenereerd en door de ontvanger wordt gedetecteerd, is per definitie uniek en zal waarschijnlijk niet door natuurlijke omstandigheden ontstaan. De tag is het belangrijkste element, omdat deze een uniek signaal moet genereren om valse alarmen te voorkomen. De verstoring in de elektronische omgeving die door een tag of label wordt veroorzaakt, creëert een alarmsituatie die er doorgaans op wijst dat iemand winkeldiefstal pleegt of een beveiligd artikel uit de ruimte verwijdert.
De aard van de technologie bepaalt hoe breed de in- en uitgang kan zijn. Er zijn systemen beschikbaar die zowel smalle gangpaden als brede winkelopeningen in winkelcentra bestrijken. Ook het type technologie beïnvloedt de afscherming (het blokkeren of verzwakken van het signaal), de zichtbaarheid en grootte van de tag, het aantal valse alarmen, het detectiepercentage (pick rate) en de kosten. De fysica van een specifieke EAS-tag en de daaruit voortvloeiende EAS-technologie bepalen welk frequentiebereik wordt gebruikt om het bewakingsgebied te creëren. EAS-systemen werken met frequenties van zeer lage tot hoge radiofrequenties. Deze verschillende frequenties spelen een belangrijke rol bij het bepalen van de eigenschappen die de werking beïnvloeden.